ECLI:NL:CRVB:2019:2563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant, werkzaam als algemeen medewerker tomatenkwekerij, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding in 2012. Na een WIA-beoordeling in 2014 werd vastgesteld dat appellant 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waardoor geen WIA-uitkering werd toegekend. Na meerdere ziekmeldingen en hersteldverklaringen beëindigde het UWV per 10 juni 2016 de Ziektewetuitkering, omdat appellant geschikt werd geacht voor ten minste één functie, namelijk wikkelaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de rapporten van SAP onvoldoende aanleiding boden om het oordeel van het UWV te betwijfelen. De Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep, benadrukkend dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep duidelijk heeft gemaakt dat de SAP-rapporten geen nieuwe medische bevindingen bevatten en onvoldoende onderbouwing boden voor beperkingen.
De Raad stelt vast dat het UWV een nieuw onderzoek heeft verricht en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) uit 2014 nog actueel was op de datum in geding. Appellant heeft geen nieuwe medische stukken ingediend die het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de rechtbank kunnen ondermijnen. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 10 juni 2016 na een zorgvuldige medische beoordeling.