ECLI:NL:CRVB:2019:2494

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 juli 2019
Publicatiedatum
25 juli 2019
Zaaknummer
17/3382 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging juiste berekening nabetaling en verrekening terugvordering bijstand

In deze zaak staat de berekening van een aan appellante na te betalen bedrag van € 3.354,88 en de verrekening van een teruggevorderd bedrag van € 1.304,27 aan te veel betaalde bijstand centraal.

Appellante maakte bezwaar tegen de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam die deze nabetaling en verrekening betreffen. Het college verklaarde deze bezwaren ongegrond. De rechtbank Rotterdam oordeelde eveneens dat de berekeningen van het college juist en voldoende onderbouwd waren, en wees het beroep van appellante af.

De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De gronden van appellante in hoger beroep zijn grotendeels herhalingen van eerdere bezwaren. Het college heeft in het verweerschrift opnieuw uitgebreid en gedetailleerd de bedragen toegelicht. Appellante heeft geen nieuwe argumenten aangevoerd die aanleiding geven tot een ander oordeel.

De Raad ziet geen reden om de berekeningen van het college te betwijfelen en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan en de griffier was verhinderd te ondertekenen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berekeningen van het college worden bevestigd.

Uitspraak

17.3382 PW-PV, 17/3383 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 maart 2017, 16/2286 en 16/2287 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 23 juli 2019
Zitting heeft: W.H. Bel
Griffier: J. Tuit
Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Het gaat in deze zaak om de berekening van een aan appellante na te betalen bedrag van € 3.354,88 en om de verrekening van een teruggevorderd bedrag aan te veel betaalde bijstand van € 1.304,27.
2. Appellante heeft tegen de besluiten die zien op deze nabetaling en deze verrekening van het teruggevorderde bedrag bezwaar gemaakt en het college heeft deze bezwaren bij besluiten van 22 februari 2016 (bestreden besluiten) ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de hiertegen ingestelde beroepen bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hierbij, samengevat, overwogen dat het college de hoogte van de nabetaalde en teruggevorderde bedragen gedetailleerd en onderbouwd met stukken heeft toegelicht en de resterende vragen van appellante ter zitting voldoende heeft beantwoord. De rechtbank heeft geoordeeld dat de berekeningen van het college juist zijn en dat de bestreden besluiten stand kunnen houden.
3. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel berust. De door appellante in hoger beroep ingebrachte gronden betreffen grotendeels een herhaling van de gronden die zij in beroep heeft aangevoerd. Het college is in het verweerschrift in hoger beroep opnieuw uitgebreid en zeer gedetailleerd ingegaan op de aan de nabetaling en de verrekening van de terugvordering ten grondslag liggende bedragen. Appellante heeft hiertegen niets aangevoerd. De Raad ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat de berekeningen van het college niet kloppen. Het hoger beroep slaagt dan ook niet.
4. Voor een veroordeling tot vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
Het lid van de enkelvoudige kamer
De griffier is verhinderd te ondertekenen (getekend) W.H. Bel