ECLI:NL:CRVB:2019:2465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit tot beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, voormalig productiemedewerkster, ontving sinds 2012 een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door verzekeringsartsen en een psychiatrische expertise van Kondakçi werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 35%, waardoor het UWV haar WIA-uitkering per 22 juni 2016 beëindigde.
Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat zij duurzaam geen benutbare mogelijkheden had en dat het medisch onderzoek onvoldoende was, mede omdat zij langdurig onder behandeling was geweest en fysieke klachten onderbelicht zouden zijn gebleven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en deugdelijke grondslag had.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de bevindingen van de psychiater Kondakçi terecht zwaar wogen, en dat de aanvullende medische stukken onvoldoende waren om het oordeel te wijzigen. Er was geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt bevestigd.