Uitspraak
17 3120 PW, 17/3121 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en kreeg deze toegekend, maar het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven trok de bijstand in vanwege het niet verstrekken van afschriften van bankrekeningen. Appellant maakte in hoger beroep bezwaar tegen deze intrekking en de terugvordering van bijstandskosten.
De Raad oordeelde dat appellant de wettelijke inlichtingenplicht heeft geschonden door niet alle gevraagde bankafschriften te overleggen en door mutaties op een Spaanse rekening onleesbaar te maken. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand. De door appellant overgelegde bankafschriften boden onvoldoende inzicht, omdat hij niet aannemelijk maakte dat de stortingen afkomstig waren van leningen of opnames, en onleesbare mutaties het zicht op mogelijke inkomsten belemmerden.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond voor de intrekking en terugvordering van bijstand en niet-ontvankelijk voor het deel dat betrekking had op de verlaging van bijstand, omdat deze maatregel achteraf geen betekenis meer had. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van bijstand wordt bevestigd en het hoger beroep tegen de maatregel wordt niet-ontvankelijk verklaard.