ECLI:NL:CRVB:2019:2436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij bijstandsverlening over afgesloten periode
Verzoekers hadden bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Heerhugowaard waarin bijstand werd toegekend over de periode van 22 mei 2016 tot 22 april 2018, waarbij ontvangen bedragen in mindering waren gebracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Verzoekers gingen in hoger beroep en vroegen tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat een verzoek om voorlopige voorziening een actueel spoedeisend belang vereist. Aangezien het betrof een afgesloten periode in het verleden en verzoekers sinds april 2018 geen bijstand meer ontvangen, ontbrak het aan een actueel financieel spoedeisend belang. Verzoekers konden geen concrete en verifieerbare stukken overleggen die acute dreiging van bijvoorbeeld huisuitzetting of afsluiting van energie en water aantonen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af omdat de behandeling van de bodemprocedure kon worden afgewacht zonder onaanvaardbare schade voor verzoekers. Er was geen aanleiding voor een voorlopige voorziening en ook geen grond voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een actueel spoedeisend belang.