ECLI:NL:CRVB:2019:2394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemeld langdurig verblijf buiten gemeente
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verbleef gedurende de periode in geschil voornamelijk bij zijn vriendin in een andere gemeente. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde vast dat appellant dit verblijf niet had gemeld en trok daarom de bijstand over die periode in. Appellant voerde aan dat hij dit verblijf wel had gemeld en dat hij toestemming had gekregen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat uit de contactregistraties en verklaringen van de klantmanager niet blijkt dat appellant melding heeft gemaakt van zijn langdurig verblijf buiten de gemeente of daarvoor toestemming heeft gekregen. Een onvolledige registratie van een tijdelijk verblijf van enkele weken doet hieraan niet af, zeker omdat appellant langer dan die periode elders verbleef.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.