Uitspraak
9 juni 2017, 17/1276 en 17/1338 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellanten hadden hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar trokken dit hoger beroep in verband met een schikking. In de vaststellingsovereenkomsten is een finale kwijting opgenomen, waarin partijen verklaren geen verdere verplichtingen of vorderingen jegens elkaar te hebben.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:75a Awb een bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroep in de proceskosten kan worden veroordeeld indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener tegemoet is gekomen. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op hoger beroep volgens artikel 8:108 Awb Pro.
Gezien de finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst is er echter geen ruimte voor een proceskostenveroordeling. De Raad hoeft daarom niet te beoordelen in hoeverre de staatssecretaris aan appellanten tegemoet is gekomen. Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen.
De uitspraak is gedaan door H. Benek, in aanwezigheid van griffier L.R. Carlier, en uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2019.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen vanwege finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst.