ECLI:NL:CRVB:2019:2328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.W.H.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor premie aanvullende ziektekostenverzekering
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van de premie van haar aanvullende ziektekostenverzekering. Het college van burgemeester en wethouders van Pekela wees deze aanvraag af omdat zij niet aannemelijk maakte dat er bijzondere omstandigheden waren die deze kosten noodzakelijk maakten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de kosten van aanvullende ziektekostenverzekeringen in principe niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan behoren. Appellante moest aantonen dat er bijzondere individuele omstandigheden waren die dit anders maakten.
Uit de overgelegde zorgpolis bleek dat appellante een collectiviteitskorting ontving via de collectieve zorgverzekering die het college aanbiedt. Deze korting compenseert feitelijk de kosten van de aanvullende verzekering. Daarom concludeerde de Raad dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij extra kosten maakt die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor de premie van de aanvullende ziektekostenverzekering wordt bevestigd.