ECLI:NL:CRVB:2019:2324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslag vanwege het bereiken van 18 jaar jongste kind volgens AKW
Appellant, woonachtig in Marokko, ontving kinderbijslag voor meerdere kinderen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde de kinderbijslag per het eerste kwartaal van 2017, omdat het jongste kind waarvoor appellant kinderbijslag ontving de leeftijd van 18 jaar had bereikt.
Appellant stelde zich op het standpunt dat hij nog steeds verzekerd was voor de AKW en daarom recht had op kinderbijslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant tot 1 januari 2006 verzekerd was op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746) en daarna alleen recht behield op kinderbijslag zolang het jongste kind waarvoor hij op 31 december 1999 recht had op kinderbijslag nog geen 18 jaar was. Nu het jongste kind deze leeftijd had bereikt, was het besluit van de Svb tot beëindiging van de kinderbijslag terecht.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de kinderbijslag terecht is beëindigd omdat het jongste kind 18 jaar is geworden.