Uitspraak
17.6170 WIA
OVERWEGINGEN
21 februari 2017, van een verzekeringsarts bezwaar en beroep, een aangescherpte FML van 21 februari 2017 en een rapport van 15 maart 2017 van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als orderpicker, ontving een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van circa 51,6%. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid heeft het UWV een nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek uitgevoerd. Op basis hiervan heeft het UWV de WGA-vervolguitkering beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van februari 2017 een juiste weergave gaf van zijn belastbaarheid. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvoldoende was, dat hij een urenbeperking had en dat beperkingen aan zijn linkerelleboog, -pols en -hand onvoldoende waren meegewogen.
De Raad onderschreef het standpunt van het UWV dat het onderzoek zorgvuldig was, dat de urenbeperking niet medisch onderbouwd was en dat de beperkingen aan de linkerarm adequaat waren meegenomen. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt voor appellant. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet meer dan 35% arbeidsongeschikt is en de WGA-vervolguitkering terecht is beëindigd.