ECLI:NL:CRVB:2019:2216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onvolledige financiële informatie
Appellante en haar echtgenoot ontvingen vanaf 27 maart 2015 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland trok bij besluit van 9 mei 2016 de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde €12.019,87 terug wegens het niet verstrekken van volledige financiële gegevens.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de intrekking van de bijstand en de terugvordering van €11.619,87. De rechtbank oordeelde dat appellante en haar echtgenoot de inlichtingenverplichting schonden door niet alle gevraagde informatie te verstrekken, waaronder onverklaarde kasstortingen en ontbrekende leenovereenkomst van €10.000.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel alle informatie had overgelegd en dat de rechtbank ten onrechte de bewijskracht van haar stukken onvoldoende achtte. De Raad concludeerde echter dat appellante geen nieuw bewijs had geleverd en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de inlichtingenverplichting was geschonden. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvolledige financiële informatie wordt bevestigd.