ECLI:NL:CRVB:2019:2197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na beoordeling beperkingen en verdiencapaciteit
Appellant, voormalig lader/losser en medewerker spoelkeuken, meldde zich ziek met fysieke klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant geschikt is voor een aantal functies en meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellant stelde in bezwaar en beroep dat hij meer beperkingen heeft dan aangenomen en overhandigde medische verklaringen ter onderbouwing. De verzekeringsarts bezwaar en beroep paste de Functionele Mogelijkhedenlijst aan, maar concludeerde dat appellant geschikt bleef voor vier van de vijf geselecteerde functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over meer beperkingen, met name op het gebied van reiken. De Raad volgde het UWV en de rechtbank en oordeelde dat de medische beperkingen adequaat waren vastgesteld en de functies geschikt waren. De Raad vond geen aanleiding om een deskundige in te schakelen en bevestigde het bestreden besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld.
De uitspraak is gebaseerd op een zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling, waarbij rekening is gehouden met alle relevante klachten en beperkingen. De Raad concludeert dat appellant voldoende verdiencapaciteit heeft en bevestigt de eerdere uitspraak zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij medisch geschikt is voor bepaalde functies en meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.