Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet ongegrond;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 126,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep, omdat zij het griffierecht niet binnen de gestelde termijn had betaald. De Raad oordeelde dat het griffierecht niet tijdig was ontvangen en dat appellante geen geldige reden had aangevoerd voor het verzuim.
Appellante gaf aan door financiële omstandigheden niet in staat te zijn geweest het griffierecht tijdig te voldoen en dat zij pas op 23 oktober 2018, na ontvangst van geld van een familielid, het griffierecht heeft betaald. Zij had ook niet tijdig aan de Raad gemeld dat zij betalingsproblemen had.
De Raad stelde vast dat het griffierecht uiterlijk op 15 september 2018 betaald had moeten zijn, maar pas op 23 oktober 2018 werd ontvangen. Omdat appellante niet binnen de termijn contact had gezocht om betalingsonmacht te melden, werd het verzet ongegrond verklaard. Het te laat betaalde griffierecht van € 126,- wordt aan appellante terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.