ECLI:NL:CRVB:2019:2062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, laatst werkzaam als kamermeisje, meldde zich ziek met spanningsklachten en ontving aanvankelijk ziekengeld. Na een eerstejaars ZW-beoordeling oordeelde een verzekeringsarts dat zij belastbaar was met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst. Een arbeidsdeskundige stelde vast dat appellante niet haar eigen werk kon verrichten maar nog 80,34% van haar maatmaninkomen kon verdienen met drie geselecteerde functies. Het UWV beëindigde daarom haar ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de belastbaarheid en geschiktheid voor de functies medisch verantwoord waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onzorgvuldig had onderzocht en dat zij nog steeds ernstige klachten had, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de rechtbankuitspraak, bevestigde de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de juiste motivering van de belastbaarheid en geschiktheid. De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de beëindiging van de ZW-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit.