Uitspraak
18.1464 WUBO
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft meerdere keren verzocht om toekenning van een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Deze verzoeken zijn telkens afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat appellant direct betrokken was bij oorlogsgeweld.
In april 2017 diende appellant opnieuw een verzoek tot herziening in, dat eveneens werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of gegevens waren aangevoerd die tot een andere beslissing konden leiden. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat medische argumenten niet relevant zijn zonder vaststelling van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld.
De Raad oordeelt dat appellant feitelijk alleen eerdere argumenten herhaalt en geen nieuwe feiten heeft aangedragen. De afwijzing van het herzieningsverzoek wordt daarom met terughoudendheid getoetst en is gegrond. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld aantonen.