ECLI:NL:CRVB:2019:1845
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding aanschafkosten wasmachine en vaatwasmachine op grond van Wuv
Appellante, erkend als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wuv, verzocht meerdere malen om vergoeding van kosten voor de aanschaf van een wasmachine en een vaatwasmachine. Eerdere verzoeken werden afgewezen omdat deze voorzieningen werden gezien als behorend tot het normale levens- en bestedingspatroon, zonder medische noodzaak.
In het bestreden besluit van 17 april 2018 werd de aanvraag opnieuw afgewezen, waarna appellante beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat de Wuv vergoeding biedt voor extra kosten die voortvloeien uit ziekten of gebreken door vervolging, maar dat algemene kosten voor huishoudelijke apparaten niet in aanmerking komen.
Ondanks de door appellante aangevoerde gezondheidsklachten en de situatie van haar echtgenoot, achtte de Raad de aanschaf en vervanging van wasmachine en vaatwasmachine algemeen gebruikelijk. De kosten hiervan zijn normale uitgaven en niet extra kosten in de zin van de Wuv.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding voor aanschafkosten van wasmachine en vaatwasmachine wordt afgewezen.