ECLI:NL:CRVB:2019:1810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij inschrijving medebewoner zonder daadwerkelijke woonplaats
Appellante ontvangt bijstand en staat ingeschreven op een adres waar ook haar zoon, X, sinds 5 januari 2017 als medebewoner is ingeschreven. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft de bijstand herzien en verlaagd op grond van de kostendelersnorm, omdat X als kostendelende medebewoner wordt aangemerkt.
Appellante voerde aan dat haar zoon vanwege een medisch traject op het adres moest worden ingeschreven, maar niet daadwerkelijk woonde en dat er geen redelijke belangenafweging had plaatsgevonden. De Raad oordeelde dat het college mocht uitgaan van de inschrijving in de BRP als bewijs van hoofdverblijf en dat appellante dit niet had onderbouwd. Tevens is de toepassing van de kostendelersnorm dwingendrechtelijk, waardoor geen ruimte is voor belangenafweging.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep af.