Uitspraak
19.1248 PW, 19/1249 PW-VV
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker ontving sinds 2013 bijstand en werd door het college van burgemeester en wethouders van Arnhem verzocht bankafschriften over een bepaalde periode te overleggen. Ondanks herhaalde verzoeken en een opschortingsbesluit heeft verzoeker niet tijdig de gevraagde bankafschriften ingeleverd. Het college trok daarop de bijstand per 28 november 2018 in. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze intrekking, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep betoogde verzoeker dat hij wegens medische omstandigheden niet tijdig kon voldoen aan het verzoek, maar kon dit niet met verifieerbare stukken onderbouwen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker wel in staat was om bankafschriften over een deel van de periode te overleggen en dat het college niet verplicht was verder uitstel te verlenen.
De Raad stelde vast dat aan de voorwaarden voor intrekking van de bijstand was voldaan en dat het college niet onredelijk had gehandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften wordt bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.