ECLI:NL:CRVB:2019:1659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken woonplaats in gemeente Rijswijk
Appellante heeft een aanvraag om bijstand ingediend met een gewenste ingangsdatum van 16 december 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk heeft deze aanvraag afgewezen omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij woonplaats heeft in de gemeente Rijswijk.
De rechtbank Den Haag heeft het beroep tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Zij baseerde zich op verklaringen van de wijkagent en buurtbewoners die stelden dat appellante in de relevante periodes geen woonplaats had in Rijswijk. Appellante gaf aan dat haar sociale netwerk en betalingen zich in een andere gemeente bevinden.
Appellante voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan als in eerste aanleg, zonder nieuwe feiten of omstandigheden. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij woonplaats heeft in de gemeente Rijswijk.