Uitspraak
18.612 PW-PV
BESLISSING
.Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf 1 maart 2016. Het college trok deze bijstand met ingang van 19 oktober 2016 in, omdat appellante en haar echtgenoot in de beoordelingsperiode niet duurzaam gescheiden leefden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat duurzaam gescheiden leven betekent dat de echtgenoten een gewilde verbreking van de echtelijke samenleving nastreven en ieder hun eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn. Dit moet blijken uit feitelijke omstandigheden. Het enkel niet samenwonen is niet doorslaggevend.
De Raad vindt dat het college terecht zwaarwegende bewijzen heeft meegewogen, waaronder verklaringen van appellante aan de sociale recherche, verklaringen van omwonenden, het gebruik van de woning en auto door echtgenoot, en de gezamenlijke huurovereenkomst. Het contact tussen appellante en haar echtgenoot vanwege gezamenlijke zorg voor de kinderen sluit duurzaam gescheiden leven niet uit.
Omdat appellante niet duurzaam gescheiden leefde, kon zij niet als zelfstandig subject van bijstand worden beschouwd en was intrekking van de bijstand terecht. Het hoger beroep wordt verworpen en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand is terecht omdat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden.