ECLI:NL:CRVB:2019:1633
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag oorlogsletsel op grond van Algemene Oorlogsongevallenregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid
Appellant verzocht in september 2017 om toekenning op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerder wees de aanvraag af omdat onvoldoende aannemelijk was dat de gebeurtenis in Soerabaja waarbij een groep pemoeda’s het erf opkwam en een dreigende situatie ontstond, plaatsvond vóór 1 februari 1954.
De Raad beoordeelde het beroep en concludeerde dat de verklaring van de moeder van appellant en de herinneringen van appellant zelf voldoende aannemelijk maken dat het incident niet vóór 1 februari 1954 heeft plaatsgevonden. De broer van appellant plaatste het voorval aan het eind van 1953, maar dit strookt niet met de overige verklaringen.
De Raad volgt verweerder in het standpunt dat de gebeurtenis niet als een AOR-omstandigheid kan worden aangemerkt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid dat de gebeurtenis binnen de AOR-periode heeft plaatsgevonden.