ECLI:NL:CRVB:2019:1471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens ontbreken bewijs bankrekeningen
Appellante ontving van juni 2013 tot november 2015 bijstand en deed in februari 2016 een nieuwe aanvraag. Het college verzocht om afschriften van bankrekeningen, maar appellante gaf aan dat twee rekeningen waren opgeheven. Het college vroeg om bewijs van opheffing of jaaropgaven, maar appellante overlegde deze niet en verscheen niet op afspraken.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling wegens het niet tijdig aanleveren van de gevraagde gegevens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over de gegevens kon beschikken en het advies om bewijs op te vragen bij de bank niet had opgevolgd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen, maar de Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het college terecht buiten behandeling had gesteld. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van bewijs van opgeheven bankrekeningen en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.