ECLI:NL:CRVB:2019:1369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing omzetting loongerelateerde WGA-uitkering in WGA-vervolguitkering
Appellant, die sinds 2010 arbeidsongeschikt is wegens psychische klachten, kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van circa 54%. Na een verslechtering van zijn gezondheid werd deze uitkering in 2015 omgezet in een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 57,86%. Appellant betwistte dit en voerde aan dat hij verdergaand beperkt is, met name door een vertraagd handelingstempo en een noodzakelijke urenbeperking.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de beperkingen inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd, waarbij geen aanleiding was voor een urenbeperking. Appellant stelde in hoger beroep dat de rapporten van psychiater Van Laarhoven en andere deskundigen een andere beoordeling rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad vond de zienswijze van de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend en voldoende onderbouwd. De door appellant aangevoerde urenbeperking en vertraagd handelingstempo waren niet aannemelijk gemaakt volgens de criteria van het CBBS. Ook werd het verzoek tot benoeming van een deskundige afgewezen. De geselecteerde voorbeeldfuncties bleken geschikt voor appellant. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot omzetting van de WGA-uitkering bevestigd.