ECLI:NL:CRVB:2019:1127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functioneren militair tijdens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant, militair in de rang van soldaat der eerste klasse, werd in maart 2015 gediagnosticeerd met netvliesloslating, waardoor zijn werkzaamheden werden aangepast. Ondanks zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en een incident in 2014 waarbij hij oogletsel en psychische schade opliep, werd zijn functioneren in de periode van januari tot september 2016 beoordeeld met het oordeel 'onvoldoende'.
De appellant voerde aan dat hij vanwege zijn beperkingen en het gebrek aan nazorg niet beoordeeld mocht worden. De Raad verwijst naar vaste rechtspraak waarin is bepaald dat langdurige arbeidsongeschiktheid niet verhindert dat een beoordeling wordt opgemaakt, mits deze betrekking heeft op de dagen of uren van arbeidsgeschiktheid. De Raad concludeert dat appellant op aangepaste werkzaamheden werd beoordeeld en niet ziek was gemeld, waardoor de beoordeling terecht is.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Den Haag wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de functioneringsbeoordeling wordt bevestigd.