Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2019:1102

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 maart 2019
Publicatiedatum
29 maart 2019
Zaaknummer
18/1252 PW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid, AwbArt. 8:108, eerste lid, Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening ongegrond verklaard

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift. Appellant verzette zich tegen deze beslissing en voerde aan dat het beroepschrift tijdig was verzonden.

Tijdens de behandeling van het verzet verschenen partijen niet. De Raad overwoog dat het beroepschrift uiterlijk op 12 september 2017 ingediend had moeten zijn, maar dat de Raad het beroepschrift van 30 augustus 2017 niet had ontvangen. De gemachtigde van appellant had meerdere malen om ontvangstbevestiging gevraagd, maar kon geen bewijs van tijdige verzending overleggen.

De Raad concludeerde dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden opheffen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door H.C.P. Venema, in aanwezigheid van griffier M.A.A. Traousis, op 29 maart 2019.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 29 maart 2019
18/1252 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 1 augustus 2017, 17/1105 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 23 oktober 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellant heeft F.E.H. Donleben verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 15 februari 2019, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 23 oktober 2018 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 12 september 2017. Bij brief van 29 november 2017, bij de Raad per fax op 5 maart 2018 ontvangen, heeft de gemachtigde van appellant geïnformeerd naar de ontvangst van zijn hogerberoepschrift van 30 augustus 2017. De Raad heeft het hogerberoepschrift van 30 augustus 2017 niet ontvangen en vervolgens meerdere malen bij de gemachtigde van appellant opgevraagd.
In verzet heeft de gemachtigde van appellant te kennen gegeven dat de Raad zijn brieven van
4 oktober 2017 en 23 maart 2018, waarin hij vraagt om bevestiging van de ontvangst van het hogerberoepschrift van 30 augustus 2017 niet heeft verwerkt. De gemachtigde van appellant stuurt een verzendbewijs mee van 23 maart 2018 waarop staat dat de fax niet is verzonden. Het verzendbewijs van 4 oktober 2017 kon de gemachtigde van appellant niet achterhalen.
De Raad is van oordeel dat de gemachtigde van appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. De gemachtigde van appellant heeft de tijdige verzending van het hogerberoepschrift niet met bewijsstukken onderbouwd.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.A. Traousis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2019.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) M.A.A. Traousis

VC