ECLI:NL:CRVB:2019:1099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in socialezekerheidszaak afgewezen
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Vervolgens heeft appellant verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet ter zitting behandeld, waarbij partijen niet verschenen. De Raad constateerde dat de gemachtigde van appellant geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om binnen de gestelde termijn van vier weken na de aangetekende brief van 12 oktober 2018 de gronden van het verzet in te dienen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die het niet tijdig indienen van de verzetgronden aan appellant kunnen worden toegerekend. Daarom verklaart de Raad het verzet niet-ontvankelijk. De Raad ziet geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.