ECLI:NL:CRVB:2019:1070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij inwonende meerderjarige niet-studerende zoon
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het beroep van appellanten tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ongegrond werd verklaard. Het college had de bijstand van appellanten aangepast met toepassing van de kostendelersnorm, omdat hun zoon op 1 mei 2017 21 jaar werd en geen studiefinanciering ontving.
Appellanten voerden in hoger beroep dezelfde gronden aan als in eerste aanleg, namelijk dat het college niet had mogen besluiten de kostendelersnorm toe te passen zonder te wachten op een aanvraag om bijstand van de zoon. De rechtbank had echter geoordeeld dat de Participatiewet de toepassing van de kostendelersnorm voorschrijft zodra kosten gedeeld kunnen worden, ongeacht of de kosten daadwerkelijk gedeeld worden of de zoon bijdraagt.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze uitleg en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De bijstand werd terecht aangepast voor de periode 1 mei 2017 tot 1 augustus 2017. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan en schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en verklaart het hoger beroep ongegrond.