ECLI:NL:CRVB:2018:997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen export van Wajong-uitkering naar Turkije voor gezinslid zonder werknemersstatus
Appellante, een verstandelijk beperkte jonggehandicapte met de Turkse nationaliteit, ontvangt sinds 1993 een Wajong-uitkering en woont bij haar ouders in Nederland. Haar ouders willen naar Turkije terugkeren, waarbij appellante haar uitkering wil behouden. Het UWV wees eerdere verzoeken af op grond van het Besluit 3/80, dat export van uitkeringen beperkt tot werknemers en hun gezinsleden die binnen de EU wonen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden aanvoerde. In hoger beroep betoogde appellante dat zij zwaarwegende redenen had om te verhuizen en dat de rechtbank haar verzoek onvoldoende had getoetst. De Raad toetste het verzoek als een eerste besluit en concludeerde dat appellante niet als werknemer kwalificeert en dat gezinsleden alleen aanspraak kunnen maken op export zolang zij binnen de EU wonen.
De Raad wees het beroep af en bevestigde dat de Wajong-uitkering niet kan worden geëxporteerd naar Turkije, mede omdat artikel 3:19 Wajong Pro bepaalt dat het recht op uitkering eindigt bij verblijf buiten Nederland. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante haar Wajong-uitkering niet naar Turkije mag exporteren.