ECLI:NL:CRVB:2018:996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot behoud Wajong-uitkering bij verhuizing naar Turkije wegens ontbreken zwaarwegende redenen
Appellant, die zowel de Nederlandse als Turkse nationaliteit bezit en afhankelijk is van zorg van zijn ouders en tweelingbroer, verzocht het UWV om met behoud van zijn Wajong-uitkering naar Turkije te mogen verhuizen, waar zijn ouders voornemens waren te gaan wonen.
Het UWV wees dit verzoek af, stellende dat er geen dringende redenen waren voor de ouders om naar Turkije te verhuizen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, mede op basis van het arrest Demirci e.a. van het Hof van Justitie van de EU, dat bepaalt dat dubbele nationaliteit geen grond biedt om het woonplaatsvereiste te omzeilen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn beroep op artikel 6 van Pro Besluit 3/80 en stelde dat hij zwaarwegende redenen had om Nederland te verlaten. De Raad oordeelde dat appellant zich niet op dit artikel kan beroepen en dat de verhuizing van de ouders niet objectief en dwingend noodzakelijk was, maar vooral op eigen keuze was gebaseerd. Ook voor de tweelingbroer was geen noodzaak tot verhuizing aangetoond.
De Raad concludeerde dat het exportverbod van de Wajong-uitkering en de toepassing van de hardheidsclausule terecht zijn toegepast, en bevestigde de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om met behoud van Wajong-uitkering naar Turkije te verhuizen wordt afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende redenen.