ECLI:NL:CRVB:2018:841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij terugvordering bijstand
Appellant ontving vanaf 21 mei 2012 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg trok bij besluit van 8 december 2015 de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten van bijstand over de periode van 21 mei 2012 tot 30 november 2015 terug.
Appellant diende een bezwaarschrift in, gedateerd 18 januari 2016, maar het college verklaarde dit bij besluit van 7 april 2016 niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Het geschil spitst zich toe op de vraag of appellant het bezwaarschrift tijdig, dat wil zeggen binnen de zes weken termijn, ter post heeft bezorgd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het poststempel van 20 januari 2016 op de envelop bepalend is voor de datum van verzending, tenzij appellant aannemelijk maakt dat het bezwaarschrift eerder is verzonden. Appellant slaagde hier niet in. Het betoog over ongerechtvaardigd onderscheid in betrouwbaarheid van postverzending tussen het kantoor van zijn gemachtigde en het college faalde eveneens. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.