ECLI:NL:CRVB:2018:778

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 maart 2018
Publicatiedatum
15 maart 2018
Zaaknummer
17/1935 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidszaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet betalen van het griffierecht. In het daaropvolgende verzet stelde appellante dat zij het griffierecht binnen de gestelde termijn per aangetekende brief contant had betaald en verzocht zij om onderzoek naar de ontvangst of om toezending van een nieuwe acceptgirokaart.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die rechtvaardigen dat zij niet in verzuim was. Er was geen bewijs van ontvangst van de betaling en de aangetekende verzending was niet onderbouwd met bewijsstukken. Het wettelijke kader biedt geen ruimte om een nieuwe termijn voor betaling toe te staan.

Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 maart 2018.

Uitkomst: Het verzet van appellante is ongegrond verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 1 maart 2018
17/1935 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 februari 2017, 16/4691 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank
Zitting heeft: H.C.P. Venema
Griffier: N.L. Kuipers
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 21 juli 2017 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft appellante aangegeven dat zij het griffierecht binnen de gestelde termijn per aangetekende brief contant heeft betaald. Appellante heeft de Raad verzocht onderzoek naar de ontvangst van de betaling te doen of haar een nieuwe acceptgirokaart te zenden.
De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Een brief van appellante waarbij het bedrag van het griffierecht is ingesloten, is door de Raad niet ontvangen. Appellante heeft de aangetekende verzending niet met bewijsstukken onderbouwd. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om appellante een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N.L. Kuipers (getekend) H.C.P. Venema

TM

DÉCISION

Le Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) déclare l’opposition non fondée.
Par conséquent, décidée par H.C.P. Venema en présence de N.L. Kuipers en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 1 mars 2018.