ECLI:NL:CRVB:2018:778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidszaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet betalen van het griffierecht. In het daaropvolgende verzet stelde appellante dat zij het griffierecht binnen de gestelde termijn per aangetekende brief contant had betaald en verzocht zij om onderzoek naar de ontvangst of om toezending van een nieuwe acceptgirokaart.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die rechtvaardigen dat zij niet in verzuim was. Er was geen bewijs van ontvangst van de betaling en de aangetekende verzending was niet onderbouwd met bewijsstukken. Het wettelijke kader biedt geen ruimte om een nieuwe termijn voor betaling toe te staan.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 maart 2018.
Uitkomst: Het verzet van appellante is ongegrond verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht.