Uitspraak
6 januari 2016, 15/3555 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft het college het recht op bijstand van appellant opgeschort, waarna appellant bezwaar maakte en werd uitgenodigd voor een hoorzitting. Het college beëindigde de opschorting en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, omdat het bezwaar feitelijk niet meer relevant was. De uitnodiging voor de hoorzitting werd geannuleerd, maar appellant en zijn advocaat ontvingen deze annulering niet tijdig en verschenen tevergeefs.
De rechtbank oordeelde dat het college de vergoeding voor de kosten van bezwaar terecht had beperkt tot de kosten van het indienen van het bezwaarschrift en geen vergoeding hoefde toe te kennen voor de kosten van de geannuleerde hoorzitting. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad overwoog dat het Besluit proceskosten bestuursrecht een limitatief karakter heeft en dat er geen grondslag bestaat voor vergoeding van kosten van rechtsbijstand voor een geannuleerde hoorzitting. Hoewel het beter was geweest appellant tijdig te informeren over de annulering, leidt dit niet tot een vergoeding van die kosten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De vergoeding voor de kosten van bezwaar wordt beperkt tot de indieningskosten; geen vergoeding voor kosten van een geannuleerde hoorzitting.