ECLI:NL:CRVB:2018:692
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toename arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 2010 werkzaam bij een werkgever en viel in 2012 uit wegens psychische en later ook lichamelijke klachten. Na een eerste WIA-aanvraag in 2013 werd haar uitkering geweigerd omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was vastgesteld. Latere bezwaren en nieuwe aanvragen werden eveneens afgewezen vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of toename van beperkingen.
In 2015 meldde appellante een vermeende toename van haar arbeidsongeschiktheid, maar het UWV handhaafde het besluit na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het onderzoek zorgvuldig en de conclusie dat geen toename was vastgesteld terecht.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen waren onderschat en verwees naar een verklaring van een psychiater. De Raad oordeelde echter dat deze verklaring niet relevant was voor de datum in geschil en geen bewijs leverde van toename sinds 2014. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.