Uitspraak
16 603 WW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
€ 367,47 heeft het Uwv het totaal terug te betalen bedrag vastgesteld op € 1.601,73.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf 2 augustus 2012 een WW-uitkering en meldde op 26 november 2014 zijn emigratie naar Turkije per 12 november 2014. Het UWV beëindigde de uitkering per die datum, maar onderzoek toonde aan dat appellant al op 6 oktober 2014 was geëmigreerd. Hierdoor werd de uitkering ingetrokken vanaf 6 oktober 2014 en werd een bedrag van €1.601,73 teruggevorderd, na aftrek van vakantiegeld.
Daarnaast legde het UWV appellant een boete op van €410,- wegens het niet tijdig nakomen van zijn inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de boete evenredig was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het terugvorderingsbedrag onjuist was en dat hij de emigratie niet eerder kon melden vanwege financiële afhankelijkheid van de uitkering.
De Raad onderschreef de terugvordering en de boete wegens schending van de inlichtingenplicht, maar corrigeerde de boetehoogte op grond van het gewijzigde Boetebesluit per 1 januari 2017, waarbij afronding naar boven op veelvouden van €10,- is vervallen. De boete werd vastgesteld op €400,43. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de boete betreft, met vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De boete wegens het niet tijdig melden van emigratie wordt vastgesteld op €400,43 en de terugvordering van de WW-uitkering wordt bevestigd.