ECLI:NL:CRVB:2018:590
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing invaliditeitsuitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling wegens tweede generatieproblematiek
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een invaliditeitsuitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR), gebaseerd op haar ervaringen als kind tijdens de Bersiap-periode en het schuilhouden voor represailles in 1951. Verweerder stelde vast dat zij weliswaar in omstandigheden als bedoeld in de AOR verkeerde, maar dat haar lichamelijke en psychische klachten niet direct aan deze omstandigheden kunnen worden toegeschreven.
De medische adviezen van geneeskundig adviseurs bevestigden dat de psychische klachten van appellante deels voortkomen uit nare ervaringen in Nederland, zoals discriminatie en armoede, en uit verhalen over de oorlogservaringen van haar familieleden. De klachten werden gezien als tweede generatieproblematiek en niet als direct gevolg van de oorlogsomstandigheden.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en voorbereid was en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de invaliditeitsuitkering op grond van de AOR wordt gehandhaafd.