ECLI:NL:CRVB:2018:4306

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 december 2018
Publicatiedatum
10 januari 2019
Zaaknummer
18/948 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WAO-uitkering afgewezen

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WAO-uitkering, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van het beroepschrift. Vervolgens heeft appellant verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting van 13 november 2018 waren partijen niet aanwezig.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant geen verklaring heeft gegeven voor de overschrijding van de beroepstermijn en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die het verzuim van appellant rechtvaardigen. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet aan appellant te wijten was.

Op grond hiervan verklaarde de Raad het verzet ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door voorzitter H.C.P. Venema en griffier M.A.E. Lageweg op 27 december 2018.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder geldige reden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 27 december 2018
18/948 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2017, 17/3540 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats ], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 9 mei 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 november 2018, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 9 mei 2018 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellant te kennen gegeven dat hij het oneens is met de uitspraak van
9 mei 2018 omdat hij een beroepschrift vanuit Marokko naar de Raad heeft gezonden.
De Raad stelt vast dat appellant in verzet geen verklaring heeft gegeven voor het feit dat de beroepstermijn is overschreden. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding appellant niet kan worden verweten.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) M.A.E. Lageweg

LO