ECLI:NL:CRVB:2018:4299

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 december 2018
Publicatiedatum
9 januari 2019
Zaaknummer
18/2870 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar het hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad heeft het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft hiertegen verzet aangetekend en aangevoerd dat zijn woonomstandigheden en het verlies van zijn zoon hem belemmerden om tijdig te reageren.

De Raad heeft overwogen dat de termijn voor het indienen van het hogerberoepschrift op 30 april 2018 eindigde, terwijl het document pas op 24 mei 2018 werd ontvangen. Appellant heeft geen bewijs geleverd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, ondanks de moeilijke persoonlijke omstandigheden en de noodzaak om post te laten vertalen.

De Raad oordeelt dat het aan appellant is om tijdige afhandeling van post te waarborgen en ziet geen reden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 27 december 2018
18/2870 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 maart 2018, 17/3355 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 2 augustus 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 november 2018, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 2 augustus 2018 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 30 april 2018. Het hogerberoepschrift is op 24 mei 2018 ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepchrift niet tijdig is ingediend.
In verzet heeft appellant nogmaals aangevoerd dat zijn woonomstandigheden niet gunstig zijn voor het ontvangen van schriftelijke communicatie. Als appellant een brief ontvangt moet hij op zoek gaan naar iemand die de brief kan vertalen en/of iemand die zijn belangen kan behartigen. Dit kost enige tijd. Daarnaast heeft appellant zijn zoon vorig jaar verloren en dit enorme verlies heeft zijn weerslag op de geestestoestand van appellant.
De Raad is van oordeel dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Appellant heeft geen bewijsstukken overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat hij de aangevallen uitspraak heeft ontvangen op een tijdstip waarop niet meer tijdig hoger beroep kon worden ingesteld. Het is aan appellant om tijdige afhandeling van post mogelijk te maken, indien hij post moet laten vertalen. Met begrip voor de moeilijke omstandigheden waarin appellant door het verlies van zijn zoon verkeert, ziet de Raad geen aanknopingspunt voor de vaststelling dat appellant binnen de termijn niet in staat is geweest hoger beroep in te (laten) stellen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) M.A.E. Lageweg

LO