ECLI:NL:CRVB:2018:4297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in AOW-zaken afgewezen
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tegen de eerdere beslissing waarin het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk was verklaard vanwege het niet tijdig aanvoeren van gronden binnen de gestelde termijn. Het verzet werd ingediend na de uiterste datum en was derhalve te laat.
Appellante voerde aan dat de eerste advocaat het dossier tijdelijk had overgedragen en niet op de hoogte was gesteld van de uitspraak en de verzettermijn, waardoor tijdig verzet niet mogelijk was. Ook werd gesteld dat een faxbericht om zich opnieuw te stellen niet door de Raad was ontvangen.
De Raad oordeelde dat het handelen of nalaten van de advocaat voor rekening van appellante komt en dat geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.