ECLI:NL:CRVB:2018:4254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep WIA-zaken
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WIA-zaak. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Appellant heeft verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en aangevoerd dat de betaling van het griffierecht op 19 december 2017 plaatsvond, met een redelijke marginale overschrijding vanwege medische klachten en zware medicatie. De Raad heeft dit verzet behandeld en overwogen dat uit de medische stukken blijkt dat appellant al geruime tijd medische klachten heeft en in een leefsituatie met familieleden verkeert.
De Raad oordeelde dat appellant hulp van derden had kunnen inschakelen om tijdig het griffierecht te voldoen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die rechtvaardigen dat appellant niet in verzuim was. Daarom is het verzet ongegrond verklaard. Het te laat betaalde griffierecht van €124,- wordt door de griffier terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht, dat wordt terugbetaald.