ECLI:NL:CRVB:2018:4195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding verhuiskosten wegens onvoldoende medische noodzaak bij PTSS
Appellant, een gewezen militair met PTSS, vroeg vergoeding voor verhuiskosten van zijn woning naar een nieuwe locatie. De staatssecretaris van Defensie wees dit verzoek af omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat de medische informatie onvoldoende bewijs leverde dat storende liftgeluiden de PTSS-klachten hadden verergerd.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. Uit het beschikbare medisch dossier blijkt dat de toename van de PTSS-klachten vooral werd veroorzaakt door een lopende rechtszaak en niet door de liftgeluiden. Een arbeidskundig rapport bevestigde dat appellant geen last had van de liftgeluiden op het moment van bezoek. Bovendien viel de vergoeding voor eerdere verhuizingen buiten het bestreden besluit en dus buiten het geding.
Appellant voerde ook een onrechtmatige overheidsdaad aan, maar de Raad liet deze grond buiten beschouwing omdat hierover nog aparte besluitvorming volgt. De Raad concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om vergoeding van verhuiskosten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van medische noodzaak.