ECLI:NL:CRVB:2018:4132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AOW-pensioen weduwe na overlijden echtgenoot
De zaak betreft een appellant die een AOW-pensioen heeft aangevraagd na het overlijden van haar echtgenoot, die tussen 1973 en 1985 in Nederland heeft gewerkt en AOW ontving. De echtgenoot keerde in 1985 terug naar Marokko en overleed in 2014. De appellant is in 1998 met hem gehuwd en heeft zelf nooit in Nederland gewoond of gewerkt.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de appellant niet verzekerd was voor de AOW en er geen sprake was van huwelijkse tijdvakken zoals bedoeld in artikel 21 van Pro het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko, aangezien het huwelijk na de verzekeringsperiode van de echtgenoot is gesloten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het besluit van de Svb en oordeelde dat het ontbreken van een AOW-verzekeringsperiode en huwelijkse tijdvakken betekent dat de appellant geen recht heeft op AOW-pensioen. De financiële situatie van de appellant en haar arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen geen toekenning van het pensioen buiten de wettelijke kaders.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is openbaar gedaan en partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De aanvraag van de appellant voor een AOW-pensioen wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd.