ECLI:NL:CRVB:2018:4014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij eervol ontslag militair
Appellante was militair en liep tijdens een eindoefening rugletsel op door uitglijden op een klimtoren. De staatssecretaris van Defensie stelde bij besluit vast dat geen sprake was van een dienstongeval, waartegen appellante geen rechtsmiddel heeft aangewend. Later werd zij eervol ontslagen wegens ongeschiktheid voor militaire dienst op medische gronden.
Appellante stelde beroep in tegen het ontslagbesluit, stellende dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen haar rugletsel en het ongeval, en zij erkenning en een eerlijke beoordeling zoekt. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, omdat het beoogde resultaat, erkenning van het ongeval als dienstongeval, niet met deze procedure kan worden bereikt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat het beroep niet is gericht tegen het ontslag zelf, maar tegen de weigering het ongeval als dienstongeval te erkennen. Aangezien een andere procedure voor dat doel loopt en het ontslagbesluit niet kan worden gewijzigd om het gewenste resultaat te bereiken, ontbreekt het aan procesbelang.
De Raad wijst proceskosten af en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het eervol ontslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.