Uitspraak
17.5531 AW
mr. Dane verschenen. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam bij de voormalige politieregio, verzocht om bevordering van generalist GGP naar senior GGP op grond van het loopbaanbeleid dat een recente beoordeling boven de norm vereist. Haar functioneren over de periode 1 maart 2009 tot 1 maart 2010 werd beoordeeld met onvoldoende D-scores, waardoor zij niet aan de vereisten voldeed.
De korpschef wees het bevorderingsverzoek af, wat door de rechtbank werd bevestigd. De rechtbank oordeelde dat de korpschef niet verplicht was een beoordeling over de periode na maart 2010 op te maken, ondanks het ontbreken van beoordelingen vanwege zwangerschappen.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank hiermee buiten de omvang van het geding trad, omdat de korpschef nog niet over een verzoek tot beoordeling na maart 2010 had beslist. De Raad volgde appellante en oordeelde dat de rechtbank voortijdig had geoordeeld, wat in strijd is met artikel 8:69, eerste lid, Awb.
De Raad bevestigde echter de afwijzing van het oorspronkelijke bevorderingsverzoek omdat de beoordeling niet boven de norm was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot bevordering wordt afgewezen omdat de beoordeling van appellante niet boven de norm is.