Uitspraak
6 november 2015, 15/2613 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een bestuursrechtelijke zaak op het gebied van de sociale zekerheid. Tijdens de procedure heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht op 13 september 2018 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij het geheel tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellanten.
Naar aanleiding hiervan hebben appellanten het hoger beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het college in de proceskosten. Het college heeft geen verweerschrift ingediend en het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten conform artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens overwogen dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 Awb het bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken vanwege geheel tegemoetkomen. De Raad heeft het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellanten, begroot op €1.503,- voor verleende rechtsbijstand in zowel beroep als hoger beroep.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht is veroordeeld tot betaling van €1.503,- aan proceskosten aan appellanten.