ECLI:NL:CRVB:2018:3849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vrijwilligersvergoeding bij volledige vrijstelling arbeidsverplichtingen niet verhoogd
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en verricht vrijwilligerswerk waarvoor hij een vergoeding ontvangt. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht past een lage vrijlating toe op de vrijwilligersvergoeding, waardoor het meerdere wordt gekort op de bijstand.
Appellant maakt bezwaar tegen deze korting en stelt dat zijn vrijwilligerswerk een voorziening gericht op arbeidsinschakeling betreft, waardoor hij recht zou hebben op een hogere vrijlating. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad overweegt dat appellant sinds 2012 vanwege medische beperkingen volledig is vrijgesteld van arbeidsverplichtingen, waardoor het vrijwilligerswerk niet kan worden aangemerkt als een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Daarnaast is de hogere vrijlating die vanaf 1 april 2017 geldt niet van toepassing op het tijdstip van het besluit.
De Raad concludeert dat het beroep niet slaagt en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op de hogere vrijwilligersvergoeding omdat hij volledig is vrijgesteld van arbeidsverplichtingen.