ECLI:NL:CRVB:2018:3728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na intrekking besluit
Appellante had een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, welke door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) bij besluit van 19 september 2014 werd afgewezen. Vervolgens verklaarde de SVB het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Tijdens de procedure bij de rechtbank trok de SVB het bestreden besluit in, omdat het oorspronkelijke besluit niet naar het juiste adres was gestuurd, en beloofde een nieuw besluit te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, aangezien het bestreden besluit was ingetrokken en er geen nieuw besluit in de plaats was gesteld. In hoger beroep voerde appellante aan alsnog in aanmerking te willen komen voor een nabestaandenuitkering, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat ook in hoger beroep geen belang bestond bij een inhoudelijke beoordeling van het ingetrokken besluit.
De SVB gaf aan dat op 16 mei 2017 een nieuwe beslissing op het bezwaar was genomen, waarbij het bezwaar inhoudelijk werd behandeld en ongegrond verklaard. Het daarop ingestelde beroep en verzet werden eveneens niet-ontvankelijk verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt bevestigd als niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang na intrekking van het bestreden besluit.