ECLI:NL:CRVB:2018:3727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van de uitspraak van 20 januari 2017, waarin haar beroep tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet toe te kennen, ongegrond werd verklaard.
De Raad overweegt dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten en omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, bij verzoekster niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die bij eerdere bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Verzoekster heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die aan deze criteria voldoen.
De Raad verwijst naar vaste rechtspraak dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de uitspraak aan te vechten.
Daarom wordt het verzoek om herziening afgewezen. Er worden geen proceskosten aan verzoekster opgelegd. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de onherroepelijke uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.