Uitspraak
16.7089 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig timmerman, meldde zich ziek met rug- en schouderklachten en ontving een loongerelateerde WIA-uitkering. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast en wijzigde de uitkering in een WGA-vervolguitkering. De (ex-)werkgever maakte bezwaar tegen de vaststelling van het opleidingsniveau en de mate van arbeidsongeschiktheid. Na meerdere medische en arbeidskundige onderzoeken, waaronder door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, werd geconcludeerd dat appellant belastbaar was met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, maar bracht geen objectieve medische gegevens aan. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek door het UWV voldeed aan zorgvuldigheidseisen en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
De Raad zag geen aanleiding om de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te betwijfelen en bevestigde dat appellant in staat was de geselecteerde functies te verrichten. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor het raadplegen van een deskundige en ook geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering en wijst het hoger beroep van appellant af.