ECLI:NL:CRVB:2018:3690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na eerstejaarsbeoordeling Ziektewet
Appellant was werkzaam als lader/losser van vliegtuigen en meldde zich op 14 november 2014 ziek met lichamelijke klachten. Hij ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en werd door het UWV in aanmerking gebracht voor ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaarsbeoordeling door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant met beperkingen nog 95,30% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
Het UWV besloot daarom per 27 december 2015 het recht op ziekengeld te beëindigen. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit, stellende dat de onderzoeken zorgvuldig waren verricht en de beperkingen juist waren vertaald in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep voerde appellant opnieuw ernstige klachten aan, waaronder duizeligheid, concentratieproblemen en vermoeidheid, en betwistte hij de geschiktheid van de geselecteerde functies. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en het UWV, oordelend dat de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig waren en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Er waren geen objectieve medische gegevens die het standpunt van appellant ondersteunden.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd per 27 december 2015.