ECLI:NL:CRVB:2018:3682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als medewerker bediening, meldde zich ziek na een scooterongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, gebaseerd op verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, en wees de uitkering af.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen aanwijzingen gaf voor meer beperkingen dan vastgesteld. Appellante bracht in hoger beroep nieuwe medische adviezen in, waaronder neuropsychologische en neurologische rapporten, en betwistte de geschiktheid van de geselecteerde functies.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling juist en zorgvuldig waren. Er was geen reden voor een psychiatrische expertise en de nieuwe medische informatie bracht geen ander licht op de zaak. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.